Wunjo

Europese Grijze Wolf-2De waarschijnlijke ontmoeting met Wunjo in de boomgaard gaf me nieuwe hoop. Maar daarna zag ik hem weer niet meer. Telkens vroeg ik aan Brighid of ze hem had gezien. ''Je bent in de ban van hem zie ik, dat is een goed teken. Eens zal jij hem zijn'' Ik begreep niks van wat ze me vertelde maar inderdaad die wolf intrigeerde me.

De maand mei was ook het moment dat de schapen eindelijk naar buiten konden. Na meer dan zes maanden in de stal werden ze onrustiger, ze voelden de lentezon, ze roken het malse verse groen dat nu op zijn krachtigst was. Wanneer ze de stal voor de eerst verlieten waren het net een bende uitgelaten kinderen.

De eerste weken verbleven ze in de boomgaard om pas in juni naar de Alpenweiden te trekken. Al die tijd geen Wunjo te bespeuren. Dan kwam de dag dat we met de schapen de bergweiden introkken. De schapen waren het buitenleven gewoon geworden, ze waren terug rustiger. Het was ongeveer een half uur, drie kwartier stappen tot aan de Alpenweiden. Hier domineerde de natuur en moet de mens zich houden aan haar wetten, voor een heiden de normaalste zaak van de wereld. Het was daar dat ik voor het eerst in aanraking kwam met die pure natuur. Het was daar dat Wunjo zich liet opmerken, na weken afwezigheid. Ik zag hem staan in de verte, recht en fier. Ik was nu in zijn wereld.

Hij bleef zoals gewoonlijk op afstand . Ik vergezelde oom Jurgen altijd bij het hoeden van de schapen, hij leerde me het vak. Toen ik tien of elf jaar oud was hoedde ik alleen met mijn twee trouwe honden Raido en Bilbo, meesters in het drijven. Maar al die tijd, meer dan twee jaar lang kwam Wunjo nooit dichtbij, hij bleef altijd afstand houden.

Wolvenwelpen die half gedomesticeerd zijn zoals Wunjo leven tussen de mensenwereld en de natuur. Ze zullen nooit helemaal echt tot één van die twee werelden behoren. Zijn ze in de ene wereld is er weer de drang om terug te keren naar de andere. Ofwel domesticeerd je hen kompleet ofwel helemaal niet en laat je een gevonden welp hulpeloos achter. Daar heeft Brighid een fout gemaakt, ze heeft zich laten leiden door haar gevoelens en heeft zich niet gehouden aan de natuurwetten.

Het is volgens mij verkeerd een wild dier op te voeden met als doel het later terug in de natuur te integreren. Ik heb op dat vlak toch wel wat ervaring. Het gaat hier wel over opvoeden, grootbrengen en niet over een gekwetst wild dier verzorgen om dat terug in vrijheid te laten. Brighid bedoelde dat, toen ze me zei dat ik net als hem, Wunjo, zou worden!

Maar …. toen gebeurde het volgende ...

Op een warme zomermiddag lag ik onder mijn lievelingsspar te siësten. Het was werkelijk warm, de schapen hadden zich samen met de honden teruggetrokken onder het lommer van de bomen op zo'n dertig meter van waar ik lag. Ik dommelde in en net als toen in de boomgaard voelde ik op een bepaald moment de aanwezigheid van een dier. Dit keer zou ik me niet meer laten verrassen.

Ik was ondertussen drie jaar ouder en door mijn leven in de natuur alerter. Mijn zintuigen stonden scherp, ik herkende elk geluid. Ik zou niet bruusk rechtveren, neen ik deed alsof ik sliep, mijn oogspleetjes speurden de omgeving af. Ik draaide me heel voorzichtig op mijn andere zijde en daar was hij, Wunjo. Hij lag op een meter van me, zo vlakbij, dat was de eerste keer in bijna drie jaar! Mijn hart begon hevig te kloppen van opwinding. Ik bleef met mijn ogen half dicht roerloos naar hem staren. Hij keek me recht in de ogen alsof hij wist dat ik niet sliep en ik naar hem lonkte. Ook hij bewoog niet. Stilaan opende ik mijn ogen, hij bleef me fixeren. 'The eye' noemt men dit. We keken mekaar een tijdje aan.

Ik begon zachtjes tegen hem te praten, ik noemde zijn naam. Zijn oren stonden recht en draaiden in alle richtigen maar zijn blik bleef op mij gericht. Ik ging door met zacht te praten en stak voorzichtig mijn hand uit naar hem. Hij bleef onbeweeglijk. Ik kon hem bijna aanraken. Hij was mooi, grijsbruine blinkende vacht, zijn geelachtige ogen, half toe door het felle licht. Plots onverwacht veerde hij recht. Hij likte aan mijn uitgestrekte hand, ik streelde zijn snuit, zijn kop terwijl ik steeds tegen hem praatte. Dan kwam hij tegen mij en likte mijn gezicht, hij duwde zijn kop onder mijn arm, hij wilde dat ik hem streelde.

Ik kreeg tranen in mijn ogen van ontroering. Hij was groot, ik denk schouderhoogte bijna tachtig centimeter. Hij begon met me te spelen, hij duwde zijn snuit tegen mijn gezicht, onder mijn armen. Eindelijk na bijna drie jaar was het ijs gebroken. Hij had toen voor zichzelf een keuze gemaakt, een belangrijke keuze. Vanaf die dag is hij nooit meer terug gekeerd naar zijn soortgenoten. Vanaf die warme zomerdag had hij besloten aan mijn zijde te blijven tot aan zijn dood. Hij was mijn beschermer, mijn 'eye' mijn lijfwacht maar vooral mijn vriend. En dat was het mooiste geschenk dat ik me ooit maar kon inbeelden.

Zoeken

Volg ons op ...

facebook-68-1twitter-116-1

HuginMugin.jpg

De Aardewinkel

grunge-raaf

Aanmelden voor ...

Nieuwsbriefbanner1