Jaarfeesten - Het vieren van de seizoenen

Waarom we geen paardenvlees eten en het ontstaan van Gilden

odin and sleipnirJe herinnert je vast nog wel het paard van Wodan / Odin, de achtvoetige schimmel Sleipnir.

Voor de Germanen was Sleipnir de door de luchten rijdende achtvoetige snelle schimmel. Het was ook het witte offerpaard, in Engeland bekend als Old Hobb. In de prehistorie offerde men het paard en at men zijn vlees. De restanten van het paard (paardenkoppen, gedroogde huiden, later hoefijzers) werden gebruikt om de gevels van huizen en boerderijen te versieren. Dat gaf bescherming en geluk.

Toen het christendom in deze streken vaste voet kreeg, trachtten zij allerlei heidense gebruiken uit te roeien. Omdat het paard bij uitstek tot het offeren had gediend, werd zelfs een absoluut verbod op het eten van paardenvlees uitgevaardigd.

Klaas KrampusIn de Germaanse mythen en gebruiken verdreef Odin met zijn witte paard en vergezeld door de  gehoornde en wilde Herne, de duistere machten en schonk kracht om het leven in donkere en koude tijden vol te houden. Een dergelijke mythe diende gekerstend te worden. Zie hier het ontstaan van Sinterklaas met zijn schimmel en zijn metgezellen de Krampus (later verworden tot Zwarte Piet). Maar oude gebruiken en rituelen hebben een hardnekkig karakter. Tot in de dagen van Shakespeare was het optreden van een figuur als Herne bekend. En nog steeds is de Krampus actief in het Alpengebied.

Het offeren van paarden gebeurde niet zomaar door de eerste de beste. Het waren vaardige ambachtlieden die dit uitvoerden. Deze ambachtslieden verzamelden zich in broederschappen. Men zoekt de oorsprong van Gilden – waaronder het vleeshouwersgilde – in deze broederschappen, die dus in de heidense tijd bij de Germaanse stammen bestonden. Soortgelijke instellingen werden ook aangetroffen bij niet-Germaanse volken, zoals bij de Romeinen.

Het Gilde of broederschap was in de Germaanse oudheid een verbond van vrije mannen welke zich verplichtten tot onderlinge hulp en trouw. Elk Gilde stelde zich onder de bescherming van een der heidense goden, aan wie zij offerden en een altaar wijdde.

Wit paard bloemenkransIn plechtige optocht trokken de gildenbroeders, door priesters voorafgegaan, rond de offerplaats en ze voerden een offerdier mee, meestal een paard. Dit offerdier werd, met kransen omhangen en met bloemen versierd, driemaal rond het heiligdom geleid, daarna geslacht en in stukken verdeeld. Dan volgde het offermaal, rijkelijk met bier besproeid.

Het christendom is er niet totaal in geslaagd de diep in het volksleven gewortelde gebruiken af te schaffen, al onderging de volkscultuur wel de invloed van het christendom en wijzigde het van karakter.

In de middeleeuwen stelden de Gilden zich niet meer onder de bescherming van Wodan, maar onder de bescherming van een christelijke heilige. De gemeenschappelijke maaltijden bleven in ere. Zij werden om hun gewijd karakter in of bij de kerk gehouden. De gildenbroeders en -zusters verplichtten zich dagelijks voor elkaar te bidden, zowel voor de levenden als voor de zielen van de overledenen. Zij droegen hun doden plechtig in processie en onder het zingen van litanieën naar de kerk.

Bij de adel zien we de oude Germaanse schutsgilden terug in de vorm van riddergenootschappen of ridderlijke broederschappen. De vrije burgers organiseerden zich in schuttersgilden.

De geschiedschrijvers menen dat de ambachtsgilden nog ouder zijn dan de schuttersgilden van de vrije burgers. Zij zouden zijn ontstaan vóór de opkomst van de vrije steden. Vooral in de periode van de kruistochten zouden de handwerkslieden van hetzelfde beroep zich ter onderlinge bescherming en uit behoefte aan zelfstandigheid hebben verenigd.

Ook bij deze ambachtsgilden bleven een aantal kenmerken van het oude Germaanse Gilde bewaard: de beschermheilige, wiens naam het Gilde draagt, een eigen altaar in de kerk en de maaltijden.

Zoeken

Volg ons op ...

facebook-68-1twitter-116-1

boomlichten.jpg

De Aardewinkel

grunge-raaf

Aanmelden voor ...

Nieuwsbriefbanner1