Jaarfeesten - Het vieren van de seizoenen

Hoorn des Overvloeds

Verhaal

Hoorn des Overvloeds-1Deïanira was een van de mooiste prinsessen die - lang geleden - leefde in de tijd van de Griekse goden en godinnen. Het leek alsof alle lieflijkheid van de wereld in deze prinses verenigd was. Haar haar was glanzend geel als van de stralen van de eerste lentezon en haar ogen waren zo blauw als de hemel in de lente.

De zomer had Deïanira's wangen aangeraakt met het roze van rozenblaadjes en de kleuren van herfstvruchten straalde in haar juwelen, karmozijnrood en paars en goud. Haar gewaden waren zo wit en sprankelend als de sneeuw van de winter. Haar stem was als muziek van zachte winden, van vogelzang en kabbelende beekjes.

Vanwege haar schoonheid en haar goedheid, die zelfs nog groter was, kwamen prinsen kwamen uit alle hoeken van de aarde om Deianira 's vader, Aeneus, te vragen of ze haar mee  naar huis mochten nemen naar hun koninkrijk en of zij hun koningin mocht zijn. Maar tegen al deze prinsen zei Aeneus dat niemand, behalve de sterkste, de prinses zou krijgen.

Er waren vele tests van vaardigheid en kracht door deze vreemdelingen in spelen en worstelen, maar een voor een faalden zij. Eindelijk waren er nog maar twee over, Hercules, die de hemel kon dragen op zijn grote schouders en Acheloüs, de riviergod, die kon slingeren en draaien door de velden en ze vruchtbaar maken. Elk dacht de sterkste van de twee te zijn en het ging tussen hen en hun dapperheid, wie de prinses als hun koningin zou moeten winnen.

Hercules had geweldige ledematen, krachtig en sterk. Onder zijn ruige wenkbrauwen glansden zijn ogen als vurige kolen. Zijn kleding was van leeuwenhuiden en zijn staf was een jonge boom. Maar Acheloüs kon tussen de enorme vingers van Hercules door glippen. Hij was zo slank en sierlijk als een wilg en gekleed in het groen van bladeren. Hij droeg een kroon van waterlelies op zijn blonde haar en droeg een staf gemaakt van gevlochten riet. Als Acheloüs sprak klonk zijn stem was als het kabbelen van een beek.

"De prinses Deïanira zal van mij zijn!" zei Acheloüs. "Ik zal haar de koningin van het rivierenland maken. De muziek van de wateren zijn steeds in haar oren en de overvloed die ontstaat waar ik ook stroom zal haar rijk maken."

"Nee," riep Hercules. "Ik ben de kracht van de aarde. Deïanira is van mij. Je zal haar niet krijgen."

Toen werd de riviergod erg boos. Zijn groene gewaad veranderd in het zwart van de zee tijdens een storm en zijn stem was zo luid als een donderslag tussen de bergen. Acheloüs was bijna net zo sterk als Hercules als hij boos was.

"Hoe durft deze koninklijke maagd te claimen?" brulde hij, "Jij, die sterfelijke bloed in je aderen hebt? Ik ben een god en de koning van de wateren. Waar ik stroom rijpen granen en vruchten, groeien en bloeien bloemen. Het is mijn recht dat de prinses van mij is."

Hercules fronste terwijl hij de riviergod naderde. "Je kracht is alleen in woorden," zei hij smalend. "Mijn kracht ligt in mijn arm. Als je Deïanira wilt winnen, moet het met een hand tot hand gevecht." Dus de riviergod wierp zijn kleren af en Hercules zijn leeuwenhuiden en de twee vochten om de hand van de prinses.

Het was een moedige en dappere strijd. Geen van beiden gaf toe; beide stond pal. Acheloüs gleed wel een dozijn keer in en uit Hercules' machtige greep, maar eindelijk werd hij overmeesterd door Hercules' grotere kracht. Hercules hield de riviergod stevig vast bij zijn nek, hijgend naar adem. Maar Acheloüs kende magische kunsten die hij kon gebruiken. Hij veranderde zichzelf plotseling in een lange, gladde slang. Hij draaide uit Hercules' greep en flitste zijn gevorkte tong uit naar hem en liet zijn giftanden zien.

Hercules was echter niet onder de indruk. Hij lachte met verachting naar de slang. Terwijl hij nog in zijn wieg lag had Hercules twee slangen gewurgd en hij had een Hydra ontmoet met honderd hoofden die hij allen had afgesneden. Hij was niet in het minst bang voor de riviergod in de vorm van een slang maar greep het schepsel bij de achterkant van zijn nek, klaar om het te wurgen.

Acheloüs worstelde tevergeefs om te ontsnappen en ten slotte probeerde hij zijn magische kunsten weer. In een ogenblik had de slang zijn vorm veranderd in dat van een loeiend woeste stier. Met zijn horens naar voren gericht viel hij Hercules aan.

Maar Hercules was nog ongeslagen. Hij greep de hoorns van de stier, boog zijn hoofd, greep zijn gespierde nek en stak de horens in de grond. Toen brak hij een van de horens met zijn ijzersterke hand af en hield hem in de lucht. Hij schreeuwde

"Overwinning! De prinses is van mij!"

Acheloüs terug naar zijn eigen vorm en huilend van de pijn, rende weg van het kasteel waar het gevecht had plaatsgevonden en stopte niet totdat hij zich in een verkoelende beek had gestort.

Het was goed dat Hercules had gewonnen. Hij had gewonnen door de kracht van de arm, niet door list en bedrog. Deïanira stond aan zijn zijde en de godin van overvloed kwam naar voren om de overwinnaar zijn beloning te geven.

Ze nam de grote hoorn die Hercules van Acheloüs' hoofd had gebroken en vulde het overvloedig met de oogst van het seizoen. Rijp graan, druiven, appels, pruimen, noten, granaatappels, vijgen en alle andere vruchten van de herfst vulde de hoorn en overstroomde het. De houtnimfen en de waternimfen kwam en omwikkelden de hoorn met druivenranken en karmozijnrode bladeren en met de laatste kleurige bloemen van het jaar. Ze droegen deze hoorn des overvloeds hoog boven hun hoofd en gaven het aan Hercules en zijn mooie koningin Deïanira. Het was de rijkste gave die de goden konden geven, de oogst van het seizoen.

En sinds die lang lang vervlogen tijd van de Grieken staat de Hoorn des Overvloeds symbool voor de zegeningen aan ons ... vol en overvloedig met de vruchten die zijn geoogst.

Zoeken

Volg ons op ...

facebook-68-1twitter-116-1

castle-pumpkins-samhain.jpg

De Aardewinkel

grunge-raaf

Aanmelden voor ...

Nieuwsbriefbanner1