Ssstt ... Othila vertelt ...

Woensdag 23 april 2014

Grijze knotMijn grootmoeder heette Brighid, ze was een grote forse vrouw, gespierd, grijze lange haren in een vlecht of opgebonden. Ze was niet erg spraakzaam, was gedisciplineerd maar had veel humor. Ze was een genezeres en een “ziener”. Ze beheerde een schapenboerderij, mijn opa was gestorven tijdens de tweede wereldoorlog. Een oom van me woonde in het dorp, een meubelmaker, Hij hielp Brighid wanneer er veel werk was op de boerderij of om voor het brandhout te zorgen.

De boerderij lag aan de rand van het immense “Bohemerwald”. Dat woud heeft een grote rol gespeeld in mijn leven. Het heeft me sterk gemaakt en me een grote levenswijsheid gegeven. Dit woud heeft een groot stempel op me gedrukt, sterker dan de hagedessa-opleiding.

Toen mijn vader me achterliet bij mijn grootmoeder in Beieren werd ik overladen door verdriet en eenzaamheid. Ik besefte plots dat dit een echte breuk was met mijn voorgaande kleine leven. Het voelde aan alsof ik gestraft werd. Ook al ontfermde Brighid (grootmoeder) zich heel goed over me, heeft het toch een jaar geduurd denk ik vooraleer ik echt was aangepast. Er was ook het taalprobleem, ze sprak maar een beetje Nederlands en ik sprak geen Duits. Maar als kleine bagadder leer je snel. Brighid onderwees me met veel geduld en liefde.

Een doorsnee winterdag zag er als volgt uit. Opstaan rond 6 uur, onmiddellijk naar de schapenstal, melken - dat gebeurde met de hand - , voederen, het strooisel verversen. En de lammeren verzorgen die wees waren. Rond 8 uur ontbijt en daarna les tot de middag. Het eerste jaar leerde ik meestal de klassieke schoolvakken. In de namiddag ging ik dikwijls met mijn oom naar het woud om brandhout te bewerken, alhoewel ik niet veel kon doen als zevenjarige. Maar de bedoeling was dat ik in het woud vertoefde en alles in me opnam.

De winters waren verschrikkelijk lang en koud. Het was al half april toen de sneeuw verdween.

Ik mocht al vanaf het begin van mijn aankomst Brighid helpen in haar kruidenatelier. Beetje bij beetje leerde ik de kruidenwereld kennen. Ik leerde de inhoudsstoffen van kruiden aan hun smaak, hun geur en hun uiterlijke kenmerken. Ze leerde me nooit hun namen, dat deed ze bewust. Ik leerde de toepassingen van kruiden door te ruiken, te proeven, te voelen. Ik herinner nog dat ze zei: “namen zijn maar namen, daar heb je niks aan. Je moet weten wat er in dat kruid zit en dat kan alleen op deze manier”. Nu nog kauw ik op een plant die in niet bij naam ken en weet ik de inhoudsstoffen.

Rond mijn negen jaar leerde Brighid me mediteren. Op een morgen stond ze in mijn kamer met een stoel in de hand. Ze vertelde me dat de tijd was aangebroken om te leren mediteren. Ze zette me op een stoel en ze ging tegenover mij zitten op de stoel die ze had meegebracht. “Vanaf vandaag gaan we samen mediteren, twee keer per dag; 'smorgens bij het opstaan en in de namiddag wanneer de schapen voor de tweede keer zijn gemolken”. “Zet je recht op de stoel, comfortabel; leg je handen op elkaar, je rechterhand in je linker; sluit je ogen; concentreer je nu op je ademhaling. Langzaam in en uitademen; je hoeft je enkel daarop concentreren. Laat je gedachten gaan, probeer niets tegen te houden; laat alles maar binnenstromen; je ademt al je gedachten wel terug uit. Dat doe je ongeveer een kwartier maximum twintig minuten. Je hoeft je alleen maar te concentreren op je ademhaling meer niet. Ik zal je een mantra geven die je zal helpen concentreren. De mantra is "Irhing", die je zegt bij het uitademen. Indien je het daar moeilijk mee hebt moet je hem niet zeggen. Je zal merken dat na één of na enkele weken je buik begint te kriebelen, dat is een teken dat je lichaam begint te ontstressen, dan ben je in de ontstressingsfase. Maar de weg is nog lang daarna. Na elke meditatieoefening zal ik je vragen hoe je het hebt ervaren. En beetje bij beetje zal je in meditatie komen." Ze zei : “Het is de enige weg naar het pure zuivere geluk, dat van niets of niemand afhankelijk is”.

En inderdaad heeft meditatie een gelukkig mens van me gemaakt. Na een jaar denk ik kwam ik tijdens mijn ochtendmeditatie, zonder dat ik het besefte, in een stadium van “verlichting”, een ongelooflijk gelukzalig gevoel.

Wanneer je begint aan meditatie, zijn er verschillende fasen, niveaus die je ervaart. Eerst is er de ontstressingsfase, je lichaam maakt zich vrij van negatieve stress en dat voel je in je buik. Alle negatieve stress en spanningen, negatieve emoties vloeien samen in de buikstreek. Eénmaal je ontstresst bent, ga je naar de tweede fase. Je hoeft je niet meer te concentreren op je ademhaling, het is een automatisme geworden met als gevolg dat je ademhaling begint te vertragen en er zal een moment komen dat je bijna niet meer ademt, is een heel natuurlijk proces. De derde fase: je voelt je lichaam niet meer, alles is “pap” geworden, je handen, je benen en voeten voel je niet meer. Je ademhaling valt bijna stil, je bent in complete rusttoestand en dan kom je in de laatste fase, heel onverwacht, dat super gelukzalig gevoel, zaligheid, het is eigenlijk niet te beschrijven.

Tot zo in grote lijnen over meditatie. Wat je nooit mag doen als je er aan begint is proberen je gedachten tegen te houden. Ik bedoel laat alles maar binnenstromen, probeer nooit iets tegen te houden. Je lichaam en geest weet beter dan jijzelf wat het moet doen. Luister naar je lichaam, heel zacht. Laat het verstandelijk denken maar doen, probeer het niet tegen te houden of je er op concentreren. Concentreer je op je ademhaling dan komt de rest vanzelf.

In het vorige had ik vertelt over het belang van de ademhaling bij het leren mediteren. Wat ik toen niet heb gezegd dat je moet ademen via je buik. Dat is heel belangrijk, het is de basis van het mediteren. Vele mensen ademen heel oppervlakkig en dikwijls met de borst, waardoor je onvoldoende zuurstof in je lichaam brengt met als gevolg dat je metabolisme niet optimaal werkt.

Zoeken

Volg ons op ...

facebook-68-1twitter-116-1

HuginMugin.jpg

De Aardewinkel

grunge-raaf

Aanmelden voor ...

Nieuwsbriefbanner1